
Hier kun je de
Klokhuis aflevering over Alex de Wolf bekijken (met Windows media player).
In 1958 ben ik geboren in Nieuwer-Amstel, nu bekend als Amstelveen. Mijn vader was architect en er was dus altijd wel papier
om te tekenen in huis. Mijn vader nam me regelmatig mee naar musea, hij vond kunst heel belangrijk, maar ik vond strips veel leuker…
Die stripboeken spaarde ik, al mijn zakgeld ging eraan op. Ik reisde vaak naar België om mijn verzameling compleet te maken. Mijn idee
was dan ook om striptekenaar te worden. Voor een werkstuk op de middelbare school ben ik Hergé, de tekenaar van Kuifje, in Brussel gaan
opzoeken. Dat heeft veel indruk op mij gemaakt.
Om verder te komen met tekenen ben ik naar de Vrije Academie in Den Haag gegaan. Daar volgde ik lessen modeltekenen en grafiek. Na het
jaar Den Haag werd ik aangenomen op de Gerrit Rietveld academie, een kunstopleiding in Amsterdam.
Na het eerste algemene jaar koos ik voor het vak Illustratie, vooral door de inspirerende lessen van Carl Hollander, de bekende tekenaar
van Pippi Langkous en De kleine kapitein.
Ook kreeg ik les van The Tjong Khing en van Waldemar Post, die ons meenam naar Artis.
Ik was dol op het tekenen in de dierentuin. Nog steeds zijn dieren een van mijn favoriete onderwerpen.

In 1982 studeerde ik af en op mijn eindexamen hingen al twee gedrukte boekomslagen, dat was mijn eerste echte opdracht. Na de academietijd
heb ik met collega-illustratoren samen in een studio gewerkt. Ik ontmoette uitgeefster Martine Schaap, zo’n naam kon ik niet weerstaan... We
kregen twee zonen, Doeke (1991) en Christiaan (1994). Tijdens het vele voorlezen merkte ik hoe leuk het is om voor jonge kinderen te tekenen.
Nu heb ik mijn studio thuis, met uitzicht over de daken van Amsterdam.
Na bezoeken aan de internationale boekenbeurs van Bologna, kreeg ik ook opdrachten uit andere landen. Ook zijn er boeken vertaald in het
Koreaans en Japans.
En een oude droom kwam toch nog uit toen ik voor een Amerikaans kindertijdschift een maandelijkse strip mocht maken. Deze strip, Mop and
Family, heeft tien jaar in het blad Ladybug gestaan.
Sinds kort ga ik veel naar buiten om te schilderen. En denk ik nog regelmatig terug aan de vele museabezoeken met mijn vader!
Centrale Bibliotheek, Amsterdam 1995, 2006, 2007
Dutch Picture Books Exhibition, Japan, 2007/2008
Bratislava International Biennale of Illustration, 1995, 1997, 2001, 2007
Bologna, International Children’s Book Fair Exhibition, 1992, 1997, 2002
Dutch Oranges, Stedelijk Museum, Amsterdam. Ook te zien in Bologna/Italië en Jakarta/Indonesië, 2001

Als ik een verhaal lees, zie ik het verhaal als een reeks filmbeelden in mijn hoofd. Soms is het moeilijk om de juiste scène
te kiezen en niet alles voor de lezer te verraden.
Dan ga ik direct schetsen maken om te zien wat het beste beeld kan worden. Bij het tekenen van de figuren gebruik ik af en toe een spiegel
om de juiste beweging en houding te zoeken.
Op een lichtbak trek ik de beste lijnen over met pen en inkt. Soms gebruik ik een penseel om een sterkere en dikke lijn te krijgen. Die
tekening kleur ik vervolgens in met gouache (plakkaatverf).
Daarna breng ik de tekeningen naar de uitgeverij. De vormgever zorgt voor een mooie verdeling van tekst en illustraties op de pagina’s.
En de uitgeverij zorgt ervoor dat het boek gedrukt wordt en in de boekwinkel terecht komt.
Hieronder zie je de verschillende stadia, van schets tot uiteindelijke tekening in het boek.